Shaolin Kempo Hsinshih

Indonesië is één van de landen die niet alleen door de Chinezen is bewoond geraakt, maar waar ze
door de eeuwen heen steeds in nieuwe golven naar toe getrokken zijn. Naast gevechtsstijlen
die aangepast zijn aan de fysiologie van de Indonesische bevolking, het Pencak-Silat, dat zich tot een volledig unieke vorm ontwikkeld heeft, bleven ook meer oorspronkelijke,
Chinese vormen bestaan, zoals het Kun-Tau.

Ook de Shaolin-Kempo vorm kan men in Indonesië vinden naast Pencak stijlen als Perisi-Dai en Setia-Hati.
In totaal hebben zich ± 600 stijlen ontwikkeld.

Het was onvermijdelijk dat toen de Nederlanders de eilandenarchipel koloniseerden ze in contact moesten komen met deze gevechtsvormen. Een belangrijk aantal ervan had zich ontwikkeld tot een meer religieuze, levensbeschouwelijke vorm. Anderen waren echter dicht bij de Chinese vormen blijven staan, maar wel aangepast aan de aard van het Indonesische volk, zoals eerder is opgemerkt. Het Pukulan bijvoorbeeld
is een ‘harde’ of ‘uiterlijke’ stijl gebleven, maar men vecht er wel ‘laag’ mee zoals in het Setia-Hati.

Twee namen van Indische Nederlanders zijn onlosmakelijk verbonden met het
Shaolin-Kempo zoals we het tegenwoordig in Nederland kennen.

De heer G. Meiers, bij velen bekend als ‘Sifu Tze’, zich nu noemend
prins Ganjuuryn Dschero Kahn. Hij moet in eerlijkheid één van de vaders van het Nederlandse Shaolin Kempo genoemd worden.

De andere persoon is de heer K. Faulhaber.
Beide mannen zijn opgegroeid in Nederlands Indië en brachten de kunst van het ‘lege vuist’ vechten naar ons land in de begin jaren 50. Zij hebben aanvankelijk nog samengewerkt, maar zoals zo vaak het geval is kregen zij onenigheid over de vraag wiens systeem de meest oorspronkelijke was. Aangezien beide mannen beroepsmilitair waren hebben zij in het begin vooral binnen de kazernes hun vechtkunst over- en uitgedragen.

Eén van de zeer leergierige studenten was een beroepsmilitair die weliswaar ook in Indië geboren en getogen was en daarnaast diverse Pencak-stijlen en verscheidene Chinese boksstijlen had ge- en bestudeerd. Zijn naam is TED VERSCHUUR. Met de heer Faulhaber heeft hij een tijd samengewerkt en vanzelfsprekend van hem geleerd.

Enkele filmpjes van Ted Verschuur

Maar ook de heer Faulhaber heeft van hem geleerd, getuige het feit dat in het Faulhaber Kempo de Lanka-Tiga, de driehoeks-loop of wel de Sankaku ook als basisvorm is opgenomen.
Deze basisvorm is typisch ‘Pencak’ van oorsprong en vind je buiten de ‘Pencak’ alleen terug
in het Faulhaber-Kempo en in het Shaolin Kempo Hsinshih.